Waarom een dag van de Harm Reduction?

Harm Reduction - een pragmatische aanpak die middelengebruik accepteert en beoogt te bewerkstelligen dat middelengebruikers zo min mogelijk schade ondervinden van hun gebruik - is al sinds eind jaren zeventig een belangrijk onderdeel van het Nederlandse drugsbeleid. In plaats van repressie op druggebruik ligt de nadruk op het beperken van (gezondheids)schade door druggebruik. Methadonverstrekking, gebruiksruimten en spuitomruil zijn bekende begrippen in de Nederlandse samenleving. Daarnaast zijn open en niet veroordelende voorlichting aan problematische en recreatieve druggebruikers in Nederland vanzelfsprekend.
Ondanks de vele internationale kritiek waarop het Nederlandse drugsbeleid kon en kan rekenen, is Harm Reduction inmiddels gemeengoed in Europa en de rest van de wereld lijkt te volgen. Daarbij dient het Nederlandse beleid veelal als voorbeeld.
Dit is ook niet verwonderlijk gezien de onomstotelijk en wetenschappelijk bewezen positieve effecten van Harm Reduction – voor middelengebruikers, hun omgeving en de samenleving - de relatief lage kosten die dit met zich meebrengt en de vele negatieve gevolgen en kosten van een repressief beleid.
Toch lijkt het model in Nederland te wankelen. De overheid voert een steeds repressiever beleid: het verbieden van paddenstoelen, zero tolerance op feesten, coffeeshops onder druk. Dit terwijl de praktijk heeft bewezen dat een open tolerante benadering de randvoorwaarde schept om beperking van (gezondheid)schade door druggebruik mogelijk te maken. Daarnaast lijkt Harm Reduction, met name ten aanzien van recreatieve gebruikers, aan ruimte in te moeten boeten. Wanneer de nadruk echter ligt op onthouding en repressie dan wordt voorlichting, inclusief primaire preventie, in de praktijk weinig geloofwaardig. Juist een open dialoog over druggebruik is cruciaal om gebruik en de schade van gebruik te beperken.